The Sun shall be turned to darkness… before that great, resplendent day, the day of the Lord, shall come.
– Acts 2:20

Met deze Bijbelse tekst begon de nieuwsbrief van Rude Awakening deze week. Deze beleggingsnieuwsbrieven gaan over het algemeen verder dan de reguliere beschouwingen over de beurs. De gekozen tekst was geselecteerd in verband met de volledige zonsverduistering van de afgelopen week in de VS. In de oudheid werden zonsverduisteringen vaak gezien als boodschappen van de goden. Ze voorspelden oorlogen, voedseltekorten en ziekten. Het woord “eclipse” zou komen van het Griekse woord “ékleipsi”, wat zoveel betekent als verlatenheid.

De schrijver van het artikel, Brian Maher, maakte op speelse wijze de link tussen de recente eclipse en de naderende apocalypse. Wordt Noord-Korea de oorzaak, of toch de schuldencrisis met een eventuele shutdown van de Amerikaanse overheid die niet meer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen? Of wordt het de naderende recessie? Al met al was het artikel, naar aanleiding van de eclipse, luchtig bedoeld. Het is zeker geen serieuze indicator voor korte termijn onrust op de financiële markten. Toch werd de eclipse weer aangegrepen om de zorgelijke staat van de VS te benoemen.

Het eclipse verhaal is een mooie bruggetje naar 3 andere publicaties die ik recent gelezen heb. Namelijk het boek “The Fall of the Roman Empire” van Michael Grant, het artikel “Now, a trade war – is a shooting war next” van Jim Rickards in The Daily Reckoning en het artikel “The Transformation of the American Dream” van Robert J. Shiller in The New York Times.

 

Hoe meer je leest en dus hoe meer je weet van de geschiedenis, des te angstiger worden de visioenen voor de toekomst. Het is uiteraard gevaarlijk om gebeurtenissen uit het verleden exact te spiegelen naar de toekomst, maar het lijkt erop dat de mensheid weinig leert van haar fouten.

Bij het lezen van het boek van Michael Grant, wat overigens een pittige opgave was, werd ik voortdurend geprikkeld om de gebeurtenissen rond het begin van onze jaartelling te spiegelen aan de huidige tijdsperiode. Hoe kon een machtig rijk, zoals het Romeinse Rijk, ten onder gaan? Een Rijk wat zijn basis had in Rome. Een stad die in ons huidige tijdperk juist wordt gezien als een hoofdstad van een politiek zwalkend en financieel aan de afgrond verkerend land. Het kan verkeren.

De essentie van de val van het Romeinse Rijk ligt volgens Grant zowel aan externe als interne factoren. Uiteraard waren er voortdurend oorlogen met volkeren buiten het Rijk. Waarbij er veel dreiging kwam van Duitse stammen. De Romeinse legers dienden uiteraard betaald te worden. Hoe groter het Rijk, des te omvangrijker werden de landsgrenzen die verdedigd moesten worden. Om alles te financieren moest er belasting worden geïnd. De druk werd steeds groter om deze bij het gewone volk te incasseren. Er waren ook regelmatig pogingen om de zittende emperor van de troon te stoten. Het verschil tussen arm en rijk groeide tot extreme omvang. Uiteindelijk viel eerst het westelijke deel van het Rijk (grotendeels het huidige West-Europa). Het oostelijke deel (Griekenland, Turkije en het Afrikaanse en Aziatische Middellandse Zeegebied) hield langer stand.

Al lezende, in het praktisch onmogelijke Engels wat Grant gebruikt, ontkom je er niet aan om voortdurend de vergelijking te maken met de huidige situatie in de VS. The American Empire is qua geografisch gebied wellicht nog groter. De machtsinvloeden reiken tot alle uiteinden van de wereld. Het is zeker geen aaneengeschakeld gebied zoals bij het Romeinse Rijk het geval was. Dat maakt het militair bewaken van de grenzen nog kostbaarder. Zo heeft bijvoorbeeld het economisch machtige Japan tot de dag van vandaag geen officieel leger. Dit werd tijdens de capitulatie in 1945 vastgelegd. De VS heeft indirect sindsdien een beschermplicht voor Japan. Ook de NAVO werd na de Tweede Wereldoorlog opgericht. Ook hier spelen de Amerikanen een belangrijke rol. Al jaren vormen de defensie-uitgaven van de VS een belangrijke bijdrage om “The American Empire” te beschermen. Hun bijdrage is, volgens de laatste jaarverslagen van de NAVO, dubbel zo groot dan die van de Europese landen uitgedrukt als percentage van het Bruto Binnenlands Product.

Voortdurend zijn de Amerikanen op één of meerdere plekken in de wereld in oorlog ter bescherming van zichzelf of haar partners. Trump heeft deze week aangekondigd de troepenmacht in Afghanistan te vergroten. Daarnaast maakt hij zich ook druk over Venezuela, maar de meeste dreiging op korte termijn lijkt uit te gaan van Noord-Korea.

Maar de dreigingen komen niet alleen van buiten de VS. Het Rijk staat ook onder druk door binnenlandse strubbelingen. Er is een ware machtsstrijd gaande in het Witte Huis zoals dat vroeger ook in de Romeinse tijd plaatsvond. Hoelang gaat Trump hier weerstand aan kunnen bieden? Daarnaast lijken de inkomens- en vermogensverschillen tussen arm en rijk steeds meer een voedingsbodem voor links en rechts extremistisch geweld. Het land lijkt op drift geraakt. Trump probeert, in tegenstelling tot de Romeinse leiders, de belastingen te verlagen. Maar hoe kun je met minder inkomsten de voorgenomen plannen verwezenlijken? Met meer schulden?

Evenals ten tijde van de Romeinse geschiedenis staat het financiële systeem nu ook weer onder druk. Eind september wordt het schuldenplafond in de VS weer bereikt. Waarschijnlijk weer een non-event, want elke keer wordt de lat verder naar boven gelegd. Inmiddels bedraagt de overheidsschuld 106% van het BBP. Een omvang die de laatste keer aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd bereikt. De staatsschuld in de VS bereikte zijn all-time high in de moderne geschiedenis in 1946 met een staatsschuld van bijna 119% van het BBP.

Volgens de publicatie van Jim Rickards “Now, a trade war – is a shooting war next” staan wij mogelijk aan het begin van een nieuwe geldverslindende oorlog. Volgens zijn inzichten veranderen de huidige valutaoorlogen in handelsoorlogen. Die op hun beurt weer evolueren in militaire oorlogen. Met valutaoorlogen lijken wij al een paar jaar te maken te hebben. Trump beschuldigt China regelmatig als zogenaamde currency manipulator. Ook andere landen beschuldigen elkaar over en weer. Met monetair beleid proberen centrale banken zelfzuchtig beleid ter bescherming van hun eigen economie uit te voeren. Hoe meer de eigen valuta daalt, des te beter is de concurrentiepositie. Een lage wisselkoers heeft mogelijk een voordeel voor de eigen economie doordat producten relatief goedkoop zijn ten opzichte van andere handelspartners. Als de monetaire bazooka’s zijn uitgewerkt, wat bij 0% rente een heel eind het geval is, dan moet er met grover geschut worden gewerkt.

Handelssancties lijken dan de volgende fase. Importheffingen of zelfs importverboden. Subsidies voor de eigen industrie waardoor deze goedkoper kunnen produceren dan buitenlandse concurrenten. Uiteraard worden dit soort maatregelen door andere landen niet onbeantwoord gelaten. Ook zij gaan over tot dezelfde soort egoïstische maatregelen. De wereldhandel zal hiervan grote schade ondervinden. Het is de VS die ook op dit gebied wild om zich heen slaat. Naar Rusland, richting China, naar Noord-Korea, eigenlijk naar iedereen. Zelfs naar de eigen partners die onder de invloedssfeer van “The American Empire” vallen. Zonder blikken of blozen noemt Trump dit “America First”.

Na valuta- en handelsoorlogen is het nog een kleine stap richting “echte” oorlogen. Jim Rickards refereert in zijn publicatie naar het begin van de vorige eeuw. Toen begonnen de valutaoorlogen met de hyperinflatie in Weimar Duitsland (1921-23). Daarna volgde Frankrijk met een devaluatie (1925), toen Groot-Brittannië (1931), de VS (1933) en weer Frankrijk en Groot-Brittannië (1936). Ook andere landen werden meegetrokken in deze valutaire oorlogsvoering. Nederland hield zich lang staande als onthouder van devaluaties, maar dit zou economische zelfmoord hebben betekend.

Na de valutaoorlogen braken ook de handelsoorlogen uit in de jaren ’30. De VS kwam met de Smoot-Hawley tariff act. Meer dan 20.000 geïmporteerde goederen werden door de VS onderworpen aan importheffingen. De handelsoorlogen werden al snel vergezeld door wapen gekletter met uiteindelijk het binnenvallen van Duitsland in Polen (1939) en de Japanse aanval op Pearl Harbor (1941).

Er was een wrede oorlog nodig om de koppen bij elkaar te steken. Nieuwe afspraken werden gemaakt en ook werd het financiële systeem herschreven tijdens de conferentie van Bretton Woods in 1944. Ik weet niet of Rickards het boek van Grant heeft gelezen, maar ook hij ziet grote gelijkenissen in de gebeurtenissen van dit moment met hetgeen er plaatsvond begin vorige eeuw. De geschiedenis lijkt zich met deze tijdsperiode te vergelijken.

In de tussentijd gaat Trump verder met het doorhalen van handelsverdragen. Blijkbaar kan hij met een pennenstreep eerdere akkoorden van voorgangers doorhalen. Hij zet zijn handelspartners onder druk. Hij wil in vrijwel ieder geval een aanpassing in het voordeel van de handelspositie van de VS. In ieder geval een betere verdeling voor zijn Amerika. Het is volkomen begrijpelijk dat handelspartners “not amused” zijn. Mocht er niet via een normale dialoog tot overeenstemming worden gekomen, dan lijkt het vrijwel zeker dat de wereld tendeert naar een escalatie van problemen.

The American Empire ligt op ramkoers en slaat wild om zich heen. Zij proberen hun hegemonie overeind te houden, maar het lijkt erop dat zij aan de verliezende hand zijn. Het ooit zo machtige Amerika verliest aan invloed. Niet alleen extern, maar ook intern. Robert J. Shiller licht dit in zijn artikel in The New York Times “The transformation of the American Dream” toe. Een artikel wat ook de zwakheden van het Amerikaanse economische model benoemd. Trump verklaarde in zijn inauguratie speech begin januari “The American Dream is back”. Volgens Shiller bedoelde Trump hiermee dat alle Amerikanen weer moeten kunnen dromen van een eigen woning, een eigen bedrijf of in ieder geval allemaal sowieso een baan. Deze doelen zijn vooral materialistisch.

Volgens Shiller stond “The American Dream” in de jaren ‘30 voor vrijheid, wederzijds respect en gelijke kansen. Het was niet zozeer materialistisch, maar vooral gericht op de moraliteit. Tegenwoordig gaat het over geld waarbij letterlijk en figuurlijk over lijken wordt gegaan. Het gaat om maximale winst en niet om maximale klanttevredenheid of het welzijn van de totale bevolking. The American Dream zou veel meer gericht moeten zijn op sociale orde, waarin iedere burger zijn maximale bijdrage kan leveren naar zijn of haar mogelijkheden. En worden gewaardeerd voor wat zij doen en zijn. In de jaren ’30 en ’40 ging die droom helemaal niet over huizenbezit of arbeidssucces. Een selecte groep Amerikanen bezitten miljarden. Zij hebben volgens de standaarden van nu de droom gerealiseerd. Maar een veel grotere groep is diep teleurgesteld in de huidige VS. The American Dream volgens de standaarden van nu, maar ook die van vroeger, ligt ver buiten hun bereik. Het is niet vreemd dat de Amerikanen november vorig jaar als proteststem voor Trump hebben gekozen. Helaas lijkt het erop dat het een verloren stem is. De droom die ze hadden zal ook onder Trump niet worden gerealiseerd.

The Fall of the American Empire lijkt meer te gaan over de vraag wanneer dan of het gebeurt. Het probleem is dat het verval van het Romeinse Rijk volgens het boek van Grant vele eeuwen heeft geduurd. Tussen het begin van de hyperinflatie in Duitsland en het binnenvallen in Polen heeft ook bijna 18 jaar gezeten. De val van Amerika, als absolute wereldmacht, valt niet te voorspellen. Pas na de vorige wereldoorlogen werd Amerika de supermacht die het nu is. Het is niet te hopen dat er een nieuwe wereldoorlog nodig is om de nieuwe machtsverhoudingen te bepalen.

Wij dienen er rekening mee te houden dat de machtsverschuivingen in de wereld grote invloed zullen hebben op de financiële markten. De valutaoorlogen zijn dit jaar voor iedereen voelbaar in de beleggingsportefeuille. Rendementen van Amerikaanse beleggingen hebben sterk te lijden onder de zwakke dollar. Nieuwe handelsverdragen zullen van grote invloed zijn op koersen van aandelen en obligaties van de getroffen sectoren. Over de meest extreme oorlogsvorm wil ik niet nadenken. Toch dient een portefeuille ook rekening te houden met dit scenario. Hoe klein de kans ook is.

De Mexican Peso crisis (1994), LTCM/Azië crisis (1998), ICT crisis (2000/2001) en de kredietcrisis (2007/2008), allemaal crisissen waarin de VS een belangrijke rol vervulde. De kans is groot dat de volgende crisis ook met de VS te maken zal hebben. Het lijkt erop dat de Amerikanen zich dit steeds meer beseffen. Het is te hopen dat Trump en de overige beïnvloeders snel het licht gaan zien. De eclipse is voorlopig geen spelbreker meer. Amerika kan de goden in ieder geval niet de schuld geven mocht het onverhoopt fout gaan.

Met vriendelijke groet,

Marco Knulst

Marco Knulst

Marco Knulst studeerde in 2000 af aan de VU te Amsterdam tot Register Beleggingsanalist (RBA). Zijn passie voor beleggen begon echter al in 1993 toen hij zijn afstudeerscriptie schreef over de euforie van het beursjaar 1993. Vanaf 1995 adviseerde hij de zeer vermogende particulieren in de regio Zeeland en West-Brabant voor achtereenvolgens Rabobank, Van Lanschot Bankiers en MeesPierson. In 2007 was hij medeoprichter van de beleggingsonderneming De Jonge & Knulst Vermogensadvies te Goes. Sinds 2015 richt Marco zich met zijn nieuwe onderneming Golden Crosses specifiek op coaching, begeleiding en educatie van de belegger. Beleggen is Marco’s grootste passie en beleggers wijzer maken in beurszaken is zijn missie. Twitter: @mjknulst

Geef een reactie