--- ---
Einde cijferseizoen

Nu we richting het einde van de het Europese derde kwartaal cijferseizoen gaan lijkt dit het slechtste te worden sinds het vierde kwartaal van 2014. Hoewel omzetcijfers per saldo niet teleurstelden, deden winstcijfers dat wel. We zien dat stijgende kosten een hap nemen uit de marges. Enkele sectoren spanden de kroon en menig aandeel werd hard afgestraft wanneer bedrijven cijfers publiceerden die onder de markverwachting lagen.

In Nederland werden beleggers in Philips en Signify getrakteerd op koersdalingen van 9%. Arcadis en TomTom kregen zelfs een dreun van maar liefst 18% en 16%. Toch was het niet allemaal kommer en kwel. Enkele ondernemingen verhoogden zelfs de vooruitzichten. En sommige aandelen kenden een ‘opluchtings-rally’ wanneer cijfers beter waren dan verwacht.

Waren deze reacties allemaal terecht? En kunnen we lessen leren uit de kwartaalcijfers en de vooruitzichten?

Halfgeleiders

Het winstmomentum in de sectoren gerelateerd aan machines voor de halfgeleiderindustrie was al een tijdje slecht. Zo was BESI in Nederland een van de eerste die met een waarschuwing kwam eerder dit jaar. Na een aantal jaren van sterke vraag naar chips zijn we in een cyclische dip beland. De afzwakkende vraag naar smartphones is hier een belangrijke oorzaak van. En dan kunnen winstverwachtingen sterk omlaag gaan. Voor BESI bijvoorbeeld hebben analisten gedurende het jaar de winst met 30% naar beneden bijgesteld. En BESI is niet de enige. Bijna elke onderneming in deze industrie heeft last van deze downturn. Toch bleken ASML en ASM International zich hieraan te onttrekken. De vraag naar hun machines lijkt meer gedreven door een technologische behoefte dan door de vraag in de eindmarkten. Als een van de weinige in de sector kent ASML dan ook opwaartse winstbijstellingen. Bij ASM International bleven de winstverwachtingen van analisten stabiel.

Automotive

Vanuit Duitsland kwamen bijna elke dag winstwaarschuwingen. En dan vooral uit de autosector. De twee meest gehoorde redenen: WLTP en China. Na de affaire met de sjoemeldiesels is er een nieuwe methode van het meten van uitstoot van nieuwe auto’s van kracht. Wie zijn modellen per 1 september nog niet volgens WLTP (Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure) had gemeten, mocht deze niet verkopen. En dat waren er nogal wat. Zo daalde de verkopen van Volkswagen in september met maar liefst 23%. Ook was er geen hulp vanuit China. Door het oplopende handelsconflict met de VS zijn consumenten huiverig. Dit vertaalt zich dan ook in dalende autoverkopen. Bovendien wachten consumenten ook met aankoop omdat men verwacht dat de overheid de belasting bij de aanschaf van auto’s binnenkort zal verlagen. Uiteraard treft dit niet alleen de autoproducenten zelf, maar ook alle toeleveranciers. Ook op de Nederlandse markt zijn er veel ondernemingen die een link hebben met de (Duitse) auto-industrie. Bijvoorbeeld ArcelorMittal, Randstad, Kendrion of Aalberts. Deze namen behoorden tot de underperformers van de laatste maanden.

Inflatie

Een ander fenomeen is dat steeds meer ondernemingen spreken van oplopende inflatie. Denk aan toenemende loonkosten, olie-gerelateerde grondstofkosten of logistieke kosten. Per onderneming verschilt het of men deze kosten kan doorbereken aan de eindconsument. Vaak lukt dit niet helemaal, of met een vertraging. Daarnaast hebben prijsstijgingen gevolgen voor de volumes. AkzoNobel bijvoorbeeld schat de impact dit jaar van gestegen grondstofkosten op €400 miljoen. Ter vergelijking, de brutowinst is ongeveer €4,5 miljard op jaarbasis. Hoewel Akzo de prijzen verhoogde, werd dit weer teniet gedaan door volumes die met hetzelfde percentage daalden. Tenslotte hebben de handelstarieven voor sommigen een impact. Philips schat dat dit de marge verlaagt met -0,3%.

Wisselkoersen

Wisselkoersen hebben ook per saldo een negatieve invloed gehad. Dalende wisselkoersen uit opkomende markten landen, zoals Zuid-Amerika, hebben een behoorlijke impact op de verkoopcijfers in euro’s voor onder meer Heineken, Unilever en Philips. Prijsverhogingen worden ingevoerd om dit (ten dele) te compenseren, maar dit kan ook weer gevolgen hebben voor volumes.

Vooruitzichten

Ondanks bovengenoemde ontwikkelingen handhaafden de meeste management teams hun doelstellingen. Vaak waren er dan ook andere redenen voor de koersontwikkelingen. Bij TomTom bijvoorbeeld bleek op de dag van de kwartaalcijfers dat Volvo het contract had gecanceld. Nadat eerder de belangrijke klant Renault al met Google in zee ging, neemt de angst toe dat Google marktaandeel van de gevestigde namen gaat afpakken. Bij Arcadis werden beleggers onaangenaam verrast door een afboeking van de activiteiten in Brazilië.

Tegenstrijdige berichten kregen we ook. Waren we gewend aan waarschuwingen in de Duitse auto-industrie, Brunel deed het daar juist goed. De omzet steeg in die regio met maar liefst 16%. Ook in de staalindustrie, normaal erg gevoelig voor schommelingen in de eindmarkten, deed ArcelorMittal juist positieve uitspraken over komend kwartaal.

Beleggers verwachten blijkbaar zwaar weer, want zowel de AEX Index als de AMX Index daalde in oktober met 6%. Hoewel analisten de winstschattingen voor de korte termijn per saldo naar beneden bijstellen, is dat minder dan de heftige koersdalingen van de afgelopen weken doet vermoeden. Als we kijken naar de ontwikkeling van de AEX en de brede MSCI Europe Index, zijn aandelen dus goedkoper geworden. Op basis van koers/winst handelen Nederlandse aandelen op een verhouding van circa 13x, duidelijk onder het langjarig gemiddelde. De huidige kwartaalcijfers en vooruitzichten, een uitzondering daargelaten, kunnen dus niet de belangrijkste reden voor het zwakke sentiment zijn. Een afnemende groei van de Europese economie en de impact die dat gaat hebben op de winstcijfers voor volgend jaar, de impact van handelstarieven of zorgen om de begrotingsdiscipline van Italië zijn meer voor de hand liggende verklaringen.

 

 

Arjan Palthe

Arjan werkt als fondsbeheerder ruim vier jaar bij NN Investment Partners. Hij is daar verantwoordelijk voor de Nederlandse aandelenbeleggingen en beheert het NN Dutch Fund. Zijn werkwijze bestaat uit een fundamentele, ‘bottom-up’ benadering van ondernemingen waarbij ook veelvuldig contact met het management een belangrijk onderdeel is. Na de afronding van de studie Bedrijfseconomie aan de Rijks Universiteit Groningen werkt Arjan sinds 2000 als fondsbeheerder, onder meer bij Kempen & Co en ABN AMRO.  De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

Geef een reactie