--- ---

Ik kamp al geruime tijd met een vertrouwenscrisis. Hoelang kan de beurs nog doorstijgen en de economie blijven groeien zonder tegen een gezonde correctie aan te lopen? Zowel aandelenkoersen hebben op zijn tijd een correctie nodig maar ook een economie moet af en toe door een recessieperiode heen. Dat is gezond, daar is niets mis mee. De zwakke schakels in het circuit moeten eruit gefilterd worden zodat de productiefactoren kapitaal, arbeid en natuurlijke hulpbronnen weer optimaal kunnen worden ingezet. Op dit moment krijg ik stellig de indruk dat een groot deel van de economie als zombie door het leven gaat. Bedrijven die het niet zouden overleven wanneer de factor kapitaal niet zo belachelijk goedkoop zou zijn. Een rentepercentage van 0,01% over uw spaargeld is niet normaal bij een inflatie van 2%. En daar bovenop komt nog een belastingheffing om de hoek kijken die afhankelijk is van de omvang van uw vermogen.

Het valt op dat de Duitsers ook hun vertrouwen aan het verliezen zijn. Vertrouwen wordt op verschillende manieren gemeten. Er wordt een consumentenvertrouwenscijfer gemeten door het Gfk, een producentenvertrouwenscijfer door Ifo en een analistenvertrouwenscijfer door ZEW. Daarnaast bestaat het beleggersvertrouwenscijfer, namelijk de DAX. Dit is de Duitse beursgraadmeter zoals wij de AEX kennen. Vertrouwen heeft sterk te maken met 3 factoren. Het verleden, het heden en de toekomst. Vertrouwen neemt toe wanneer het in het heden beter gaat dan in de voorgaande periode, het verleden. Het verleden is het referentiepunt. De toekomst is onbekend en dus onzeker. Op basis van onderliggende ontwikkelingen (verleden en heden) is er een positieve of negatieve tendens. Vaak is men geneigd om de recente ontwikkelingen te extrapoleren naar de toekomst.

Toch gaat het bij een vertrouwenscijfer ook over die onzekere toekomst. Er is wel degelijk beïnvloeding mogelijk door randzaken die als een bedreiging voor de toekomst gelden. Wat als bijvoorbeeld Trump importheffingen invoert op auto’s? Evenals op staal kan dit de Duitse economie raken. Als die dreiging reëel is, dan kan ik mij voorstellen dat er in de maandelijkse vertrouwensenquêtes voorzichtiger gereageerd wordt. Wanneer het gevaar dreigt van een politieke crisis, zoals bijvoorbeeld een verlies voor Merkel, dan kan dit extra onzekerheid geven bij de Duitsers.

Mijn inziens is er een verschil in reactie. Wie kan er een goede inschatting maken van de toekomst? Zowel positief als negatief kan men overdrijven, te optimistisch of te pessimistisch. Hoe kan een consument de grote macro-economische en geopolitieke ontwikkelingen goed inschatten? Hoe kan een directeur van een onderneming of een financieel analist dit doen? Het lijkt erop dat de laatste beroepsgroep het meest competent hiervoor zou moeten zijn. Is een maandelijkse enquête, gehouden onder 2000 Duitse consumenten in de leeftijd van minimaal 14 jaar, een goede afspiegeling om iets te kunnen zeggen over het hele Duitse volk? Een telefoongesprek met 7000 ondernemers in verschillende belangrijke sectoren is waarschijnlijk een betere afspiegeling. In ieder geval een betere steekproef. De ZEW sentimentindex komt tot stand door een onderzoek onder 350 financieel en economisch analisten.

Het begrip vertrouwen heeft sterke raakvlakken met de “behavioral finance” kant van onze economie. Deze richting van de economie onderzoekt de emotionele beslissingen die wij allen maken en die resulteren in suboptimale oplossingen. Volgens bekende economen c.q. psychologen uit deze richting, zoals Kahneman, Tversky, Thaler en Shiller, is de invloed van onze emotie groot. Kuddegedrag en kringloopeffecten doen zich voor. Wij zijn sterk beïnvloedbaar waardoor regelmatig niet rationele beslissingen worden genomen. Collectieve dwalingen doen zich regelmatig voor maar op een bepaalt moment wordt men zich van een bepaalde dwaling bewust.

De afgelopen jaren lijkt er alles behalve sprake van een vertrouwenscrisis. Op basis van de verschillende vertrouwenscijfers voelt de consument, producent, analist en belegger zich uiterst goed. Iedereen blaakt van vertrouwen is de algemene indruk. Of toch niet?

De consument ziet nog weinig wolkjes aan de lucht (zie 4 grafieken “Vertrouwensindices Duitsland”). Het Duitse consumentenvertrouwenscijfer van Gfk kwam deze week 0,1 punt lager uit dan in de voorgaande maand. Maar bevindt zich met een score van 10,6 nog steeds rond het hoogste niveau van de afgelopen 10 jaar. De Duitse Ifo-indicator daalde in juli naar een niveau van 101,7. Hoog, maar dalende. November vorig jaar werd het hoogste niveau bereikt met 105,2. Sindsdien zijn de cijfers iedere maand gedaald. Behalve in april en mei, toen bleef het cijfer gelijk. Van een flinke deuk in het producentenvertrouwen kan echter niet worden gesproken. De financieel en economisch analisten van Duitsland zijn echter een stuk somberder. Het cijfer is nu 4 maanden op rij negatief en lijkt zich neerwaarts te versnellen. Een negatieve score wijst erop dat er per saldo meer negatieve dan positieve visies zijn. Qua kennis en afspiegeling van de Duitse economie in de breedte sla ik deze groep het hoogst aan. Zij kijken niet naar de eigen ontwikkelingen maar geven een oordeel over de economie in zijn algemeenheid. Normaliter kunnen zij ook het best macro-economische en geopolitieke ontwikkelingen inschatten. Als het goed is hebben zij ook kennis van de behavioral finance kant en zouden dan ook collectieve dwalingen beter op waarde kunnen inschatten. De laatste groep, de belegger, lijkt ook wat te twijfelen. Er lijkt sprake van enige hoogtevrees. De Duitse aandelenindex DAX stagneert sinds november vorig jaar. Dit moment valt vrijwel gelijk met de voorlopige top in het producentenvertrouwen. Van enige correlatie tussen het productenvertrouwen en het sentiment van de belegger is mijn inziens zeker sprake. De toppen van de Ifo-indicator vallen meerdere keren samen met een voorlopige top in de DAX-index (zie bovenstaande grafiek met afbeelding Ifo en DAX).

Opvallend blijft vooral het ZEW cijfer. Wat zien de analisten dat de anderen nog niet zien? Of zijn zij te pessimistisch? Een grafiek die hier wellicht het antwoord op kan geven is een combinatie van de Ifo- met de ZEW-index (zie bovenstaande grafiek). Wat opvalt is dat de lijnen vaak dezelfde kant op bewegen. Maar dat de ZEW-index vaak een paar maanden eerder de richting bepaalt die vervolgens door de Ifo-index wordt gevolgd. Er zijn ook perioden dat er geen verband is. De laatste paar jaren is de divergentie echter opvallend groot. De producenten zijn, relatief ten opzichte van het verleden, veel optimistischer dan de analisten. Wanneer de analisten gelijk hebben met hun zorgelijke blik voor de toekomst, dan zullen de producenten voor een negatieve verrassing komen te staan. En gezien het eerdere verband tussen de producenten en beleggers, zullen aandelenbeleggers dan waarschijnlijk ook schrikken van het mindere toekomstbeeld. Het sentiment onder analisten kan een voorbode zijn voor besmetting naar de andere 3 groepen. Een vertrouwenscrisis in Duitsland lijkt in de maak. Gezien de sterke economische banden van Nederland met Duitsland zijn dit ook voor ons belangrijke signalen die ik met veel belangstelling zal blijven volgen. Ook Mark weet wat vertrouwen inmiddels kan doen met zijn vermogen.

Marco Knulst

Marco Knulst studeerde in 2000 af aan de VU te Amsterdam tot Register Beleggingsanalist (RBA). Zijn passie voor beleggen begon echter al in 1993 toen hij zijn afstudeerscriptie schreef over de euforie van het beursjaar 1993. Vanaf 1995 adviseerde hij de zeer vermogende particulieren in de regio Zeeland en West-Brabant voor achtereenvolgens Rabobank, Van Lanschot Bankiers en MeesPierson. In 2007 was hij medeoprichter van de beleggingsonderneming De Jonge & Knulst Vermogensadvies te Goes. Sinds 2015 richt Marco zich met zijn nieuwe onderneming Golden Crosses specifiek op coaching, begeleiding en educatie van de belegger. Beleggen is Marco’s grootste passie en beleggers wijzer maken in beurszaken is zijn missie. Twitter: @mjknulst

Geef een reactie