--- ---

En dan bedoel ik natuurlijk niet in positieve zin. Negatieve gevolgen van productie en consumptie moeten een prijs krijgen die het negatieve compenseert.

Iedereen die wel eens een cursus Risk Management heeft gevolgd, weet dat Risico wordt gedefinieerd als de kans maal de impact. Het risico van een Brexit is dus niet alleen de kans dat het zich voordoet, (dat werd verwaarloosbaar klein geacht), maar ook de impact ervan als het gebeurt (en die is heel groot). Zo kan iets met een heel kleine kans, toch een heel groot risico met zich meebrengen en dat hebben we geweten met Brexit en Trump. Nu de Brexit er daadwerkelijk aankomt, neemt de kans op een No-Deal dagelijks toe. Die is niet meer verwaarloosbaar klein, nee zelfs groot. De impact van een No-Deal zal gigantisch zijn, zoals vele media al hebben beschreven. Zelfs de voedsel- en medicijnvoorziening van de arme Britten is niet meer zeker. Her risico is dus enorm dat we een zeer chaotische voorjaar van 2019 tegemoet gaan. En denk niet dat het niet kan gebeuren. De moderne samenleving is nu eenmaal te complex om die met Brexit fantasieën te verbeteren. ‘Take that’, Johnson en Wilders!

Nu het klimaat. Ze zeggen wel eens dat je het ijzer moet smeden als het heet is. Nou, heter dan nu is het in ieder geval niet geweest. En ook The Economist geeft aan dat we er te weinig aan doen. Zoals ik al eens eerder schreef; we spelen muziek en dansen door, terwijl de Titanic aan het zinken is. Dit zijn geen apocalyptische profetieën, hier is geen Nostradamus of Aztekenkalender voor nodig. Het is Daniel Kahneman, onze Nobelprijs psycholoog die onze gebreken, om verder te kijken dan onze neus lang is, heeft blootgelegd. Die gebreken maken dat de mensheid slecht in staat is maatregelen te nemen voor de toekomst of die in het eigen belang zijn. Denk bijvoorbeeld maar aan het zelfstandig sparen voor je pensioen, als je 25 bent. Weinigen die het doen.

Toch hebben we het hier niet over een pensioen, maar over de leefbaarheid van onze planeet. Een meerderheid van de Nederlanders maakt zich er zorgen over en eveneens een meerderheid is er pessimistisch over dat het ‘ooit goed komt’. Een belangrijk deel van de Nederlanders en zeker van de wereldbevolking haalt daarna de schouders erbij op een gaat door met de dagelijkse beslommeringen. Dit is waar kans en impact weer bij elkaar komen. Natuurlijk zijn dit statistische grootheden, maar wie zich realiseert dat het leven op aarde gevestigd is in een zeer dun laagje atmosfeer op een klein planeetje in een immens en zeer levensonvriendelijk heelal, zoals bijvoorbeeld onze astronaut André Kuipers onvermoeibaar blijft verkondigen, kan niet anders dan te accepteren dat de huidige samenleving op de schop moet en we de energievoorziening anders moeten organiseren.

Nu hebben we een hittegolf en ongeëvenaarde droogte, die mogelijk als wake-up call kunnen gelden. Officieel hebben we nu de grootste droogte ooit gemeten en betekent de opwarming van de aarde niet meer alleen het verlies van een Elfstedentochttraditie of bosbranden in het verre Griekenland of California, maar reële gestegen risico’s (zowel als kans als impact) voor ons welzijn in heel Europa. De meeste overheden realiseren zich dit gelukkig. Een VVD-minister die de gaskraan dichtdraait. Zelfs Femke Halsema zou zich dit in haar stoutste dromen niet hebben bedacht.

En dit is nog maar het begin. Als we echt impact willen maken en onze planeet leefbaar willen houden moet er veel meer gebeuren, zoals het in de prijs van een product verwerken van de negatieve gevolgen ervan voor de mensheid.  Het is overigens heel liberaal om dit te doen. Liberaal zijn betekent in Vrij Amsterdams, doen wat je wilt, zonder een ander ermee lastig te vallen. Dus hebben we vandaag weer LHBT’s die zich roeren op de grachten van de ooit meest liberale stad ter wereld. Liberaal zijn, is dus niet kotsen in een steeg of je bierblikjes of lachgaspatroon op straat gooien, wanneer een ander het op moet ruimen. Dat is dan weer asociaal. Veel bezoekers of nieuwe (jonge) bewoners van Amsterdam hebben dat nog niet begrepen.

Maar het maken of consumeren van een product, die ons milieu vervuilt, mensen uitbuit, een ecosysteem uit balans haalt, of het broeikaseffect versterkt, is dus ook niet liberaal. Je zadelt anderen (en dus ook jezelf) op met ‘externalities’, de negatieve bijeffecten.  Als je die een prijs gaat geven, zoals bijvoorbeeld de schade van het vliegen, dan wordt vliegen naar Rome of Madrid ineens twee keer zo duur. Niet leuk, maar dan krijgen ook alternatieven, zoals een TGV een betere kans. Als we de vervuiling door benzine een prijs gaan geven, dan krijgen elektrische auto’s een betere kans, kan er meer en sneller geïnvesteerd worden in nieuwe technologie. Katoenprijzen zullen bij het juist prijzen, ‘rightpricing’, omhoogschieten en zo krijgt bamboe wellicht een betere kans. Bananen uit Ecuador of wijn uit Australië zullen duurder worden, zodra de ‘Carbon Footprint’ een echte prijs krijgt. Kakkende koeien zullen anders gewaardeerd worden, waardoor vlees duurder wordt en zo mogelijk ook de kaas. Ook de negatieve gevolgen van het winnen van Kobalt en andere metalen dienen ‘vergoed’ te worden, waardoor ook batterijen met deze metalen, duurder worden. Heel veel zal duurder worden, waardoor we ons minder kunnen permitteren. Meer, meer, meer, moet wel passen binnen de grenzen die de aarde en het menselijk fatsoen ons stelt. Feitelijk hebben we ons ook teveel gepermitteerd door te produceren en geen rekening te houden met negatieve gevolgen. Die correctie kost nu eenmaal geld. Daar zijn we nog ver vandaan. Toch is de geest uit de fles en ook vanuit een beleggingsperspectief moet er rekening worden gehouden met de samenstelling van een ‘robuuste’ portefeuille, die rekening houdt met de vele veranderingen van de komende jaren. Het wordt er niet eenvoudiger op.

Het is natuurlijk ook niet eenvoudig om de ommezwaai naar een duurzame economie goed te doen. Effecten zijn soms moeilijk meetbaar en lobbygroepen zaaien twijfel. Toch hebben de meeste overheden het wel begrepen, zelfs die in de VS en deels ook in China. In Europa wordt hard gewerkt aan het terugbrengen van plastic afval en aan de energietransitie. En toch moet er meer gebeuren om onze planeet leefbaar te houden. Lees daarvoor maar hieronder The Economist.

Goed weekend!

Bernard

 

Nieuwsselectie week 31

Klimaatonderzoek SEC tegen ExxonMobil gestopt

De Amerikaanse beurstoezichthouder Securities and Exchange Commission (SEC) stopt met een onderzoek naar olie- en gasconcern ExxonMobil rond klimaatverandering. Daarbij werd onderzocht of ExxonMobil wel correct had gerapporteerd over zijn reserves en de impact van klimaatverandering op de activiteiten. De SEC raadt nu aan geen verdere stappen te ondernemen. Het onderzoek werd begin 2016 begonnen met de vraag of ExxonMobil wel juiste informatie aan beleggers had gemeld over klimaatverandering. Het Amerikaanse bedrijf zei volledig meegewerkt te hebben aan het onderzoek en meer dan 4 miljoen pagina's aan documentatie te hebben verstrekt. Overigens loopt er ook nog een onderzoek naar ExxonMobil rond deze kwestie bij de autoriteiten in New York en Massachusetts.

ExxonMobil en andere grote olieconcerns hebben onlangs rechtszaken in de Verenigde Staten gewonnen over klimaatverandering. De steden New York, San Francisco en Oakland wilden de bedrijven financieel verantwoordelijk stellen voor hun bijdrage aan klimaatverandering, bijvoorbeeld door mee te betalen aan waterkeringen tegen de stijgende zeespiegel

Banengroei VS koelt flink af

De werkgelegenheid in de Verenigde Staten is in juli aanzienlijk minder sterk toegenomen dan een maand eerder. De banengroei kwam tevens lager uit dan kenners hadden voorzien. Uit cijfers van het Amerikaanse ministerie van Arbeid blijkt verder dat de loongroei in 's werelds grootste economie wat is verbeterd.

Exclusief de landbouw kwamen er in juli 157.000 banen bij. In juni was de Amerikaanse werkgelegenheid met een herziene 248.000 banen toegenomen. Economen waren voor juli in doorsnee uitgegaan van 193.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Beleggers vinden deze cijfers altijd erg interessant omdat ze van invloed kunnen zijn op het rentebeleid van de Federal Reserve, het stelsel van Amerikaanse centrale banken.

Het gemiddelde uurloon steeg met 0,3 procent op maandbasis, na een plus van 0,1 procent een maand eerder. Dat is een interessant gegeven, omdat de stijgende lonen de inflatie kunnen aanjagen. De Fed kan bij een oplopende inflatie geneigd zijn de rente sneller te verhogen.

Rente

De Fed hield de rente in de Verenigde Staten deze week nog gelijk, maar waarschijnlijk gaan de beleidsmakers de rente later dit jaar nog twee keer verhogen, na twee rentestappen eerder dit jaar. In 2019 zullen er dan waarschijnlijk nog drie rentestappen moeten volgen om de Amerikaanse economie en inflatie weer op de gewenste niveaus te krijgen.

Het banenrapport wijst tevens uit dat de werkloosheid in juli is teruggelopen tot 3,9 procent van de beroepsbevolking, van 4 procent een maand eerder.

Iets minder sterke groei economie eurozone

De economie van de eurozone is in het tweede kwartaal met 0,3 procent gegroeid in vergelijking met de voorgaande periode. Dat meldde het Europese statistiekbureau Eurostat. Het gaat om een eerste raming.

In het eerste kwartaal was nog sprake van een groei in het eurogebied van negentien landen met 0,4 procent. Economen hadden in doorsnee verwacht dat dit groeitempo gehandhaafd zou worden. In vergelijking met een jaar eerder groeide de economie van de eurozone met 2,1 procent, tegen 2,5 procent in de voorgaande periode.

Voor de gehele Europese Unie van 28 landen werd een economische vooruitgang met 0,4 procent op kwartaalbasis gemeten, net als een kwartaal eerder.

Onrust

De groei voor de eurozone kwam daarmee uit op het laagste niveau in twee jaar. De toenemende handelsspanningen in de wereld zorgen voor meer onrust bij bedrijven die voorzichtiger worden met investeringen en ondermijnen de wereldwijde export.

De Europese Centrale Bank (ECB) voorspelt voor heel 2018 een groei van de economie van de eurozone met 2,1 procent en 1,9 procent in 2019. In 2017 was sprake van een vooruitgang met 2,5 procent in het eurogebied.

Lagere groei bedrijvigheid diensten eurozone

De bedrijvigheid in de dienstensector van het eurogebied is in juli minder snel gegroeid dan een maand eerder. Dat meldde marktonderzoeker Markit op basis van definitieve cijfers.

De inkoopmanagersindex, die de bedrijvigheid weerspiegelt kwam uit op een stand van 54,2. Economen rekenden gemiddeld op een niveau van 54,4. Een niveau van 50 of meer duidt op groei.

Bank of England schroeft rente op

De Britse centrale bank verhoogt de rente, zoals algemeen was verwacht op de financiële markten. Het belangrijkste rentetarief in Groot-Brittannië gaat van 0,5 procent naar 0,75 procent, het hoogste niveau sinds 2009. In november krikte de Bank of England (BoE) voor het eerst in meer dan tien jaar de rente op. Volgens de BoE is de hogere rente nodig om de inflatie af te remmen. Bovendien is de Britse arbeidsmarkt sterk. De economische groei zwakte eerder dit jaar wel af.

Zwakke Chinese autoverkoop drukt winst BMW

De Duitse autofabrikant BMW heeft minder winst behaald in het tweede kwartaal, vooral door tegenvallende autoverkopen in China. Ook werden de resultaten gedrukt door een stijging van grondstofprijzen.

Het Beierse concern zag het bedrijfsresultaat met ruim 6 procent afnemen tot 2,75 miljard euro. Toch is dit boven de verwachtingen van analisten. De totale omzet kromp met bijna 3 procent tot 25 miljard euro.

Amerikaanse en Europese autofabrikanten worden al tijden geplaagd door de handelsspanningen tussen China en de Verenigde Staten. China kondigde eerder een verlaging van de importheffingen aan per 1 juli. Daardoor namen potentiële kopers een afwachtende houding aan, in de hoop dat auto's goedkoper zouden worden.

BMW, na Mercedes-Benz de grootste producent van luxe auto's ter wereld, handhaaft zijn verwachtingen voor heel 2018.

The world is losing the war against climate change – The Economist

Rising energy demand means use of fossil fuels is heading in the wrong direction    Aug 2nd 2018

EARTH is smouldering. From Seattle to Siberia this summer, flames have consumed swathes of the northern hemisphere. One of 18 wildfires sweeping through California, among the worst in the state’s history, is generating such heat that it created its own weather. Fires that raged through a coastal area near Athens last week killed 91 (see article). Elsewhere people are suffocating in the heat. Roughly 125 have died in Japan as the result of a heatwave that pushed temperatures in Tokyo above 40°C for the first time.

Such calamities, once considered freakish, are now commonplace. Scientists have long cautioned that, as the planet warms—it is roughly 1°C hotter today than before the industrial age’s first furnaces were lit—weather patterns will go berserk. An early analysis has found that this sweltering European summer would have been less than half as likely were it not for human-induced global warming.

Yet as the impact of climate change becomes more evident, so too does the scale of the challenge ahead. Three years after countries vowed in Paris to keep warming “well below” 2°C relative to pre-industrial levels, greenhouse-gas emissions are up again. So are investments in oil and gas. In 2017, for the first time in four years, demand for coal rose. Subsidies for renewables, such as wind and solar power, are dwindling in many places and investment has stalled; climate-friendly nuclear power is expensive and unpopular. It is tempting to think these are temporary setbacks and that mankind, with its instinct for self-preservation, will muddle through to a victory over global warming. In fact, it is losing the war.

Living in a fuel’s paradise

Insufficient progress is not to say no progress at all. As solar panels, wind turbines and other low-carbon technologies become cheaper and more efficient, their use has surged. Last year the number of electric cars sold around the world passed 1m. In some sunny and blustery places renewable power now costs less than coal.

Public concern is picking up. A poll last year of 38 countries found that 61% of people see climate change as a big threat; only the terrorists of Islamic State inspired more fear. In the West campaigning investors talk of divesting from companies that make their living from coal and oil. Despite President Donald Trump’s decision to yank America out of the Paris deal, many American cities and states have reaffirmed their commitment to it. Even some of the sceptic-in-chief’s fellow Republicans appear less averse to tackling the problem (see article). In smog-shrouded China and India, citizens choking on fumes are prompting governments to rethink plans to rely heavily on coal to electrify their countries.

Optimists say that decarbonisation is within reach. Yet, even allowing for the familiar complexities of agreeing on and enforcing global targets, it is proving extraordinarily difficult.

One reason is soaring energy demand, especially in developing Asia. In 2006-16, as Asia’s emerging economies forged ahead, their energy consumption rose by 40%. The use of coal, easily the dirtiest fossil fuel, grew at an annual rate of 3.1%. Use of cleaner natural gas grew by 5.2% and of oil by 2.9%. Fossil fuels are easier to hook up to today’s grids than renewables that depend on the sun shining and the wind blowing. Even as green fund managers threaten to pull back from oil companies, state-owned behemoths in the Middle East and Russia see Asian demand as a compelling reason to invest.

The second reason is economic and political inertia. The more fossil fuels a country consumes, the harder it is to wean itself off them. Powerful lobbies, and the voters who back them, entrench coal in the energy mix. Reshaping existing ways of doing things can take years. In 2017 Britain enjoyed its first coal-free day since igniting the Industrial Revolution in the 1800s. Coal generates not merely 80% of India’s electricity, but also underpins the economies of some of its poorest states (see Briefing). Panjandrums in Delhi are not keen to countenance the end of coal, lest that cripple the banking system, which lent it too much money, and the railways, which depend on it.

Last is the technical challenge of stripping carbon out of industries beyond power generation. Steel, cement, farming, transport and other forms of economic activity account for over half of global carbon emissions. They are technically harder to clean up than power generation and are protected by vested industrial interests. Successes can turn out to be illusory. Because China’s 1m-plus electric cars draw their oomph from an electricity grid that draws two-thirds of its power from coal, they produce more carbon dioxide than some fuel-efficient petrol-driven models. Meanwhile, scrubbing CO{-2} from the atmosphere, which climate models imply is needed on a vast scale to meet the Paris target, attracts even less attention.

The world is not short of ideas to realise the Paris goal. Around 70 countries or regions, responsible for one-fifth of all emissions, now price carbon. Technologists beaver away on sturdier grids, zero-carbon steel, even carbon-negative cement, whose production absorbs more CO{-2} than it releases. All these efforts and more—including research into “solar geoengineering” to reflect sunlight back into space—should be redoubled.

Blood, sweat and geoengineers

Yet none of these fixes will come to much unless climate listlessness is tackled head on. Western countries grew wealthy on a carbon-heavy diet of industrial development. They must honour their commitment in the Paris agreement to help poorer places both adapt to a warmer Earth and also abate future emissions without sacrificing the growth needed to leave poverty behind.

Averting climate change will come at a short-term financial cost—although the shift from carbon may eventually enrich the economy, as the move to carbon-burning cars, lorries and electricity did in the 20th century. Politicians have an essential role to play in making the case for reform and in ensuring that the most vulnerable do not bear the brunt of the change. Perhaps global warming will help them fire up the collective will. Sadly, the world looks poised to get a lot hotter first.

De week vooruit: welke invloedrijke cijfers worden de komende week gepubliceerd?

Bernard Janssen 2

 

Bernard Janssen

Bernard werkt sinds eind jaren ‘90 in het vermogensbeheer, na zijn studies Werktuigbouwkunde en Bedrijfskunde aan Universiteit Nyenrode. Hij leerde hij het vak van beleggen en vermogensallocatie als Investment Strategist bij ABN AMRO, waarbij hij altijd op zoek is gegaan naar het beter begrijpen van de mondiale financiële markten. Dit bracht hem in Italië waar Bernard bij een Italiaanse bank beleggingsfondsen introduceerde. Zijn periode daar gebruikt hij nu ook om Italiaanse wijnen te importeren. Zijn onafhankelijke en analytische houding maakt dat Bernard verder kijkt dan de vaak te beperkte theorieën over economie en beurs. Na een periode voor grootbanken te hebben gewerkt, heeft Bernard zich recent bij de gespecialiseerde onafhankelijke vermogensbeheerder Persist  aangesloten en schrijft hij deze wekelijkse column.  Voor meer weekly’s zie Blogger.com/Bernards Weekly

Eén reactie op “BERNARDS WEEKLY: Vervuilers moeten eens meer gewaardeerd worden!”

  1. Johannes schreef:

    Elke mens zelf laat een gigantische ecologische voetafdruk achter gedurende zijn of haar leven. Belast elk mens met een eco tax en ontmoedig het eindeloos doorfokken op deze planeet door kosten te verbinden aan het op de aarde zetten van kinderen, in plaats van het te stimuleren. Maar ach, zouden mensen met kinderen beslissen een dergelijke maatregel door te voeren? We zijn hypocriet. De anderen, dat zijn degenen die maatregelen moeten nemen. Toch? Of misschien toch niet?

Geef een reactie