--- ---

In februari 2018 toonde ik de voorloper van de onderstaande grafiek, de futuremarkt in ruwe olie. Ik gaf toen aan dat de speculatieve long positie van traders en speculanten overdreven was gegroeid. Traders en speculanten gingen er steeds sterker vanuit dat olie door het dak zou gaan en bouwden enorme posities op. Het groen gekleurde vak in onderstaande grafiek geeft deze niet-commerciële oliecontracten weer.

In het laatste kwartaal van 2018 zien we hoe deze speculatieve posities massaal worden teruggedraaid. Dit is de grootste en tevens snelste afwikkeling die men in deze futures-markt ooit gezien heeft. Niet verwonderlijk dus dat de olieprijs zo snel zo veel van zijn waarde verloor. Op enkele maanden tijd ging het zwarte goud een derde lager in prijs (olieprijs: zwarte lijn op de grafiek; zie rechterschaal helft) en is het volume uitstaande future-contracten genormaliseerd (van meer dan 700.000 naar 310.000; zie linkerschaal helft). Nu de speculanten naar huis gestuurd zijn, heeft de olieprijs het ergste achter de rug en kunnen beleggers er terug vanuit gaan dat fundamentele factoren de prijs zullen gaan sturen.


Check hier de live koers van Fugro en SBM Offshore


De factoren wijzen allerminst op een verdere grote daling daar de vraag naar olie volgens verwachting in 2019 enkel zal toenemen en dat met iets meer dan 1%. Enkel indien we in een echte recessie zouden belanden zou de vraag terugvallen maar er zijn weinig factoren die op korte termijn richting dat scenario wijzen.

Aan aanbodzijde is er met de gedaalde olieprijzen weinig risico dat Amerikaanse producenten de markt met olie zullen overspoelen. Amerikaanse oliespelers zijn na de vorige oliecrisis conservatiever geworden met hun investeringen en willen deze gefinancierd zien met hun eigen kasstromen. Lagere olieprijzen verhinderen dus een exponentiële Amerikaanse groei en wijzen eerder op een gestage conservatief gefinancierde groei. Ook de OPEC en Rusland hebben geen baat bij een verdere afstraffing van de olieprijs gezien het voor deze landen rechtstreeks op de overheidsfinanciën zou wegen. De lessen die ze geleerd hebben door de markt in 2014-2016 te overspoelen zitten nog vers in het geheugen.

Oliedienstensector – no service, no oil

Bedrijven in de oliedienstensector werden in het laatste kwartaal van 2018 massaal gedumpt met dalingen van zowat 40% tot gevolg. Toch is het belangrijk als belegger in deze sector te weten dat er naast de olieprijs ook andere factoren zijn die de rendabiliteit van deze sector bepalen. De olieprijs zal weliswaar de winstgevendheid van de olieproducenten bepalen en dus per saldo ook bepalen in welke mate en hoe snel men wil betalen voor oliedienstenleveranciers. Toch is de olieprijs eerder de factor die zal bepalen hoe snel of traag men de ‘diensten’ besteld en welke marges kunnen behaald worden (des te sneller iets moet volbracht worden, des te hoger de leverancier de prijs kan zetten).

De hoeveelheid olie die moet geproduceerd worden is daarentegen de factor die bepaalt of de dienstenleveranciers al dan niet aan het werk kunnen en met welke bezettingsgraad. De overproductie aan olie in 2014 die uitmondde in de oliecrash van 2014-2016 deed olieproducenten de buikriem aanspannen. Olieprojecten werden jarenlang in de koelkast gezet en de kapitaaluitgaven (capex: Capital Expenses) aan bedrijven uit de oliedienstensector vielen terug van bijna $700 miljard Amerikaanse dollar in 2014 naar ongeveer $427 miljard over het voorbije jaar. Jarenlang heeft men investeringen uitgesteld.


Wilt u weten hoe ik wereldwijd in de oliesector beleg? Klik hier voor mijn ProBeleggen portefeuille


Om naar de toekomst toe een hoeveelheid olie van ongeveer 100 miljoen vaten per dag te blijven produceren dient dit investeringsniveau dringend opgekrikt te worden. Oliebedrijven mogen dan misschien conservatiever geworden zijn met de budgetten waarmee men aan het werk gaat, de nood is hoog en het management van die bedrijven beseft dat maar al te goed. Geen investeringen betekent zoveel als geen olieproductie. Er zal fors geïnvesteerd moeten worden om de onderinvestering van de laatste jaren weg te kunnen werken. Momenteel wordt geschat dat er volgend jaar ongeveer 12% meer zal worden besteed aan kapitaaluitgaven bij de olieproducenten. Deze extra middelen vloeien rechtstreeks richting de oliedienstenleveranciers.

Belangrijk is te beseffen dat 100 miljoen vaten per dag niet zomaar uit de grond komen. Een kleine wijziging van dat aantal vaten per dag naar bijvoorbeeld 97 of 103 miljoen vaten mag de olieprijs dan wel bokkesprongen doen maken, uiteindelijk verandert het de hoeveelheid werk maar met 3%. Met een geïnvesteerd bedrag van $ 427 miljard schiet men tekort om dergelijke hoeveelheden olie jaarlijks te blijven produceren. Een verdere groei van de omzetcijfers van de oliedienstenspelers spreekt dus voor zich. Het negatieve sentiment rond deze sector vind ik dus geheel onterecht. Tal van bedrijven uit de sector noteren aan lagere niveaus dan begin 2016 toen net alle olieprojecten werden geschrapt. Nu deze projecten (zij het iets langzamer dan met een hogere olieprijs) terug op tafel komen, zullen de omzet en winstniveaus van deze firma’s herstellen en is er groei in het vooruitzicht. Ik blijf dus rustig aan tafel zitten om hier mee de vruchten van te plukken met mijn beleggingen in de olie services sector.

Tim Peeters

Tim startte zijn professionele carrière bij BNP Paribas Investment Partners en werkte er ondermeer voor het in Nederland vrij gekende sterfonds Obam. Begin 2012 maakte hij de overstap naar Portolani Family Office, waar hij nog steeds zeer vermogende families en enkele institutionele beleggers bijstaat bij de opvolging van hun effectenportefeuilles. Verder is Tim actief als pro bij ProBeleggen.

Geef een reactie