Wall Street sluit lager na zwakke banencijfers
De Amerikaanse beurzen zijn vrijdag lager gesloten, na een tegenvallend banenrapport en de aanhoudende zorgen over het Amerikaanse handelsbeleid.
De toonaangevende S&P 500 index daalde 1,6 procent tot 6.238,01 punten, de Dow Jones index verloor 1,2 procent op 43.588,58 punten en de Nasdaq sloot 2,2 procent lager op 20.650,13 punten.
De werkgelegenheid in de VS is in juli gegroeid met 73.000 banen, wat minder was dan de banengroei van 100.000 waar de markt op rekende. Het cijfer voor juni, aanvankelijk een groei van 147.000 banen, werd bijgesteld naar 14.000. De banengroei voor mei werd herzien van 144.000 naar slechts 19.000.
De werkloosheid steeg in juli van 4,1 naar 4,2 procent. Het gemiddeld uurloon steeg op jaarbasis met 3,91 procent tot 36,44 dollar per uur, terwijl de participatiegraad uitkwam op 62,2 procent.
“Hoewel de banengroei teleurstellend was, zijn het de enorme neerwaartse bijstellingen in mei en juni die de gezondheid van de Amerikaanse economie in een heel ander licht hebben gezet”, zei ecoonom James Knightley van ING. Het zwakke rapport doet volgens hem vermoeden dat Amerikaanse renteverlagingen eraan komen.
De econoom verwacht dat de focus nu komt te liggen op de vraag of individuele Fed-functionarissen welwillender staan tegenover een renteverlaging in september, nadat de gouverneurs Michelle Bowman en Christopher Waller eerder deze week al stemden voor een renteverlaging en zich zichtbaar zorgen maken over de werkgelegenheidscijfers.
Intussen kondigde Trump nieuwe importtarieven aan tegen tientallen landen, terwijl de ingangsdatum ervan met een week werd uitgesteld. Zwitserland was één van de landen die het zwaarst werd getroffen. Het land ziet zich geconfronteerd met een tarief van 39 procent op zijn exportproducten naar de VS. IJsland en Noorwegen horen bij de landen die te maken kregen met tarieven van 15 procent.
Daarnaast kreeg de markt een tweetal inkoopmanagersindices te verwerken voor de industrie. Volgens de index van S&P Global sloeg de activiteit in de industrie in juli om van groei naar krimp, terwijl de data van ISM een versnelling van de krimp suggereerden.
Op macro-economisch vlak werd tevens bekend dat de Amerikaanse bouwuitgaven in de VS in juni op maandbasis zijn gedaald met 0,4 procent. Op jaarbasis daalden de uitgaven met 2,9 procent.
Het Amerikaanse consumentenvertrouwen is in juli licht verbeterd. De vertrouwensindex steeg van 60,7 naar 61,7. De inflatieverwachting voor de komende 12 maanden daalde van 5,0 procent, naar 4,5 procent, terwijl de inflatieverwachting voor de komende 5 jaar afnam van 4,0 naar 3,4 procent.
De september-future voor een vat ruwe olie sloot vrijdag op de New York Mercantile Exchange 1,93 dollar, ofwel 2,8 procent, lager op 67,33 dollar. Op weekbasis sloot de olieprijs 3,3 procent hoger.
De euro/dollar noteerde op 1,1580. Bij aanvang van de handelsdag in New York bewoog het muntpaar nog op 1,1540 en rond het sluiten van de Amerikaanse beurzen op donderdag stond er een stand van 1,1419 op de borden.
Maandag staan in de VS op macro-economisch vlak slechts de fabrieksorders op de agenda.
Bedrijfsnieuws
Donderdag nabeurs kwamen Apple en Amazon met cijfers. Apple overtrof de verwachtingen, maar sloot vrijdag 2,5 procent lager. Amazon presteerde afgelopen kwartaal beter dan de eigen outlook, maar de nieuw afgegeven outlook werd te mager bevonden. Amazon daalde 8,3 procent.
ExxonMobil en Chevron kwamen voorbeurs met cijfers en hoewel de winst daalde, vielen de cijfers toch mee. Chevron verloor 0,2 procent, terwijl Exxon 1,9 procent daalde.
Colgate-Palmolive heeft de outlook voor 2025 iets verlaagd vanwege wisselkoerseffecten. De cijfers over het tweede kwartaal vielen licht mee. Het aandeel noteerde 0,5 procent lager.
Sectorgenoot Kimberly-Clark steeg 4,8 procent na cijfers.
MicroStrategy noteerde 8,8 procent lager, na cijfers, terwijl Reddit na cijfers 17,1 procent steeg.