--- ---

Valuta: Britse pond licht onder druk

Redactie De Aandeelhouder - vrijdag, 15 maart 2019

Ebury ziet steun voor Britse valuta zolang EU-lidmaatschap staat.

 Met de derde stemming in het Britse Lagerhuis van deze week achter de rug weten de Britse beleidsmakers waar zij aan toe zijn, namelijk een Brexit, als het er van komt, op een later tijdstip dan 29 maart, op voorwaarde dat de andere 27 landen die deel uitmaken van de Europese Unie daarmee akkoord gaan, hetgeen volgende week op de EU-top moet blijken. De mogelijkheid van een tweede referendum werd donderdag met grote meerderheid verworpen.

"Met deze stemming voor uitstel is chaos in elk geval voor nu afgewend", aldus valutahandelaar Stéphane van der Meer van valutabroker vrijdag tegen ABM Financial News. "Ik had verwacht dat dit het Britse pond wat meer steun zou geven, maar we zagen de munt ten opzichte van de euro juist wat terrein prijsgeven", aldus de handelaar.

Van der Meer schat in dat het Britse pond de komende weken wel weer aan kracht kan winnen. "Wij denken dat het voor de Britse valuta positief is, zolang het Verenigd Koninkrijk binnen de Europese Unie blijft", aldus Van der Meer.

Voor vrijdag verwacht de valutahandelaar dat de aandacht van de valutamarkt uitgaat naar de Europese inflatiedata en de vertrouwensindex van de Verenigde Staten, die later op de dag verschijnt. "Er zijn enige signalen van verzwakking in de Amerikaanse economie, maar ik verwacht niet dat die vandaag tot uitdrukking gaan komen in de index van de universiteit van Michigan.

Van der Meer had aanvankelijk de indruk dat de valutamarkt langzaamaan gewend raakte aan een eurokoers tussen de 1,1250 dollar en 1,1300 dollar. "Daarom vind ik het opvallend dat de euro inmiddels aan de bovenkant de nodige afstand heeft genomen van de 1,1300 dollar", aldus Van der Meer.

Voor volgende week zijn voor de valutahandelaar de Duitse ZEW-vertrouwensindex, het rentebesluit van de Federal Reserve en de EU-top van belang voor de verhoudingen tussen de belangrijkste valuta.

De Bank of Japan liet vrijdag de rente ongemoeid op het historische punt, waar het al tijden op staat. Dit besluit had vrijdag geen enkel zichtbaar effect op de koers van de yen ten opzichte van de dollar.

Later deze ochtend verschijnen van de eurozone en Italië de definitieve inflatiecijfers over februari. Voor de eurozone wordt een stijging op maandbasis van 0,3 procent van de consumentenprijzen verwacht. Een maand eerder werd nog een daling met 1,0 procent geregistreerd. Op jaarbasis wordt een stijging met 1,5 procent voorzien tegen een stijging met 1,4 procent in januari. Zonder de invloed van energie- en voedselprijzen ligt de verwachting op maandbasis op een plus van 0,3 procent tegen een afname van 1,5 procent in januari en een plus van 1,0 procent op jaarbasis tegen een toename van 1,1 procent in januari.

In de Verenigde Staten gaat de aandacht vrijdag uit naar de zakelijke activiteitenindex van New York over maart, de industriële productie over februari en het consumentenvertrouwen over maart, zoals dat wordt gemeten door de universiteit van Michigan. Dit betreft een voorlopig cijfer.

De zogeheten Empire State-index daalt naar verwachting van 8,8 naar 8,3. De industriële productie is in de afgelopen maand op maanbasis 0,3 procent opgelopen tegen een afname met 0,6 procent een maand eerder. De capaciteitsbezetting stijgt in de prognose van 78,2 procent in januari naar 78,4 in februari. De vertrouwensindex daalt naar verwachting van 95,5 in februari naar 95,3.

De euro noteerde vrijdag op 1,1325 dollar, een winst van 0,2 procent. De Europese munt won ten opzichte van het Britse pond 0,3 procent, waarmee de euro uitkwam op 1,3230 Britse pond. De dollar noteerde op 111,6950 yen, een koers die geen enkele wijziging heeft ondergaan.

Geef een reactie