--- ---

Veel beleggers geloven niet dat je de markt kunt verslaan met aandelenselectie. Zij geven er de voorkeur aan om de markt te volgen tegen zo laag mogelijke kosten. Hoewel wij die mening slechts ten dele onderschrijven is het voor velen een ideale oplossing. Voor de Amerikaanse beleggingsoplossing kom je van oudsher uit op de SPY. De SPY is een tracker(ETF) op de S&P500 met een enorme omvang van USD 282 miljard. USD 282 miljard…en dat is géén typefout. Deze ETF bezit zo ongeveer 1% van de aandelen van alle grote VS-bedrijven en bestaat al vanaf 1993. Ik beleg er al vanaf 1998 in. Aangezien we als beleggers tevreden kunnen zijn over de rendementen van de S&P500 kunnen de index volgers ook tevreden zijn natuurlijk. De management fee is in de laatste jaren omlaaggegaan naar nu rond de 0,09% (9 basispunten), ook daar worden wij wel vrolijk van.

Grote namen maken de dienst uit

Aangezien de aandelen in de S&P500 market cap gewogen zijn, wegen grootmachten als Apple, Amazon, Microsoft, Berkshire, Google, Johnson & Johnson en JP Morgan met ruimschoots méér dan één procent veel zwaarder dan diverse kleinere bedrijven waar u en ik waarschijnlijk nog nooit van hebben gehoord. Deze bedrijven hebben ook een zeer kleine weging, tenslotte is er maar 100% weging te verdelen. Dit betekent dat de gemiddelde weging per aandeel (500 in totaal) 0,2% is. Apple slokt in zijn eentje daar al ruim 4% van op!

Tabel: Aandelen weging in S&P500, bron Bloomberg

Derde kwartaal laat flinke onderliggende uitslagen zien

Afgelopen kwartaal klom de S&P500 zowel in juli als augustus met ruim 3%, in september kwam er nog een kleine procent bij waardoor het derde kwartaal, inclusief dividend, werd afgesloten met een winst van 7,7%. Een zeer mooi resultaat…toch?

Je zou denken, zeker gezien het gebrek aan grote swings gedurende het kwartaal, dat de meeste aandelen dan wel tussen de 0% en de 15% gescoord zouden hebben. Dat is nog best een ruime bandbreedte. Maar tijdens mijn deepdive vielen mij een paar zaken op.

Maar liefst 155 aandelen behaalden een negatief resultaat! Terwijl de markt dus bijna 8% steeg stond bijna één op de drie aandelen in de min. Waarvan 50 stuks* onder de -8% uitkwamen met uitschieters onder de -30%. Daar kan je best over Twitteren. Twitter deed -34% by-the-way. Bekende namen in het negatieve rijtje waren verder General Electric -16%, Facebook -15%, General Motors -14%, Ford -15% en Invesco -13% (nota bene de manager van o.a. de SPLV, de beroemde LowVol-tracker). Gemiddeld deden de 50 slechtste performers -14%.

Dan de top 50 plussen*, AMD eenzaam bovenaan met een onwerkelijk momentum gedreven 106%. Aan kop gingen de sectoren technologie en gezondheid met: HCA 36%, Eli Lilly 26%, Pfizer 22% en Apple 22%.

Gedachte-experiment: calloptie S&P500 index

Wat dus opvalt binnen die kalme en goed renderende S&P500 is dat de individuele aandelen zeer grote uitslagen laten zien, zowel positief als negatief.

Hoe zou je rendement in dit kwartaal zijn geweest als je in plaats van de indextracker had gekozen voor een at-the-money calloptie op de index. De premie voor deze calloptie bedroeg, indien je koos voor een driemaands optie, ongeveer 2,4%. De opbrengst was uiteindelijk de intrinsieke waarde op de einddatum: +7,7%. Een winst dus van 5,3%. Ervan uitgaande dat je de USD 2.900 aan onderliggende waarde op de bank hebt staan leverde dat een rente op van 0,5% (2% op jaarbasis in de VS). In totaal had je in het derde kwartaal een rendement gemaakt van 5,8%. Nog altijd minder dan de 7,7% die een aandelenbelegger had behaald. Maar je risico is nu wel significant lager!

Bij deze huidige, zéér lage, optiepremies kan je per kwartaal, in USD, niet meer verliezen dan 1,9% (2,4% premie min 0,5% rente). Aangezien vier negatieve kwartalen op rij zeer uitzonderlijk zijn, is je jaarlijkse maximale verlies ook zeer beperkt. Daar staat een flinke upside tegenover. Overigens was dit wel een heel goed kwartaal, zoveel winst haal je niet vaak.

Grafiek: 5 jaars grafiek S&P500 Index, bron Bloomberg

Gedachte-experiment: calloptie individuele aandelen (S&P500)

Wat zou er gebeuren als je in plaats van de indexoptie callopties op individuele aandelen had gekocht. Stel dat je ze alle 500 had genomen dan was de opbrengst hoger geweest maar de kosten van de callopties ook. Individuele opties zijn immers een stukje duurder dan de index. Maar dat de gemiddelde opbrengst een stuk hoger is staat wel vast. Het gemiddeld rendement van die 500 aandelen bedraagt immers 7,7%, dit rendement werd gedrukt door de 155 negatieve aandelen. Hiervan liepen de calls waardeloos af. Maar de 345 aandelen die omhooggingen stegen gemiddeld ver boven de 7,7% uit. Ik schat zelf in dat het rendement ruim boven de 10% zal zijn uitgekomen.

Voordeel van de individuele callopties is dat je bij een vlak kwartaal (S&P500 = 0%) je niet alle premie zult verliezen. Er zijn altijd wel positieve uitschieters te vinden. Mogelijk speel je zelfs quitte.

Optimaliseren met 50 aandelen

Mooiste zou natuurlijk zijn als je, pak ’m beet, 50 aandelen kan selecteren die het iets beter doen dan de beurs. Bijvoorbeeld op basis van een momentum strategie. De aandelen die je selecteert kennen waarschijnlijk grote afwijkingen, dus enorme successen afgewisseld met dikke minnen. De dikke minnen zijn minder relevant omdat je daar maximaal de call-premie verliest.

Het risico van deze aanpak is goed te overzien, we laten tenslotte ook hier de onderliggende waarde op de bank staan. Zelfs als alle 50 aandelen uit ons mandje negatief eindigen in het kwartaal valt de schade mee. Knappe jongen overigens die in staat is om de 50 slechtste aandelen voor het kwartaal uit te zoeken, statistisch gezien bijna onmogelijk.

Conclusie:

De S&P500 kennen we allemaal maar van de onderliggende aandelen, laat staan de koersuitslagen, zijn we ons niet altijd bewust. Met een gedegen analyse zijn er zelfs investeringsstrategieën te bedenken die het beter zouden kunnen doen dan de SPY-tracker… Zeker gegeven het beperkte downside risico de moeite waard om verder te onderzoeken.

* De top 50 stijgers en dalers uit de S&P500 zijn heel gemakkelijk te vinden via de app van Seeking Alpha. Een gratis app met een schat aan informatie over, met name, de markt in de VS. Als je zoekt in de artikelen onder het symbool SPY kan je de twee lijsten terugvinden.

 

Deze blog dient slechts ter informatie en is niet bedoeld als advies en niet toegespitst op de persoonlijke situatie van individuen. Rob Stuiver is fundmanager van het VOC Fonds. Het fonds heeft een registratie bij de AFM maar géén vergunning. Participeren is mogelijk vanaf EUR 100.000. Hij schrijft deze blog op persoonlijke titel voor het kennisportaal op www.vocbeleggen.nl. De effectenposities die in deze blogs besproken worden zijn (bijna) altijd onderdeel van zijn beleggingsstrategie waardoor hij hier positie in heeft. De informatie in deze blog is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op info@vocbeleggen.nl.

Rob Stuiver

Rob Stuiver (1968) beheert het VOC Fonds en is eindverantwoordelijk voor het resultaat. Rob is vanaf de jaren ’90 actief in de beleggingswereld. Vanaf 1993 als als beleggingsadviseur bij ABN AMRO. In de laatste 5 jaar hiervan werkte hij als adviseur van de meest vermogende families van Nederland binnen de afdeling Private Wealth Management. Eind 2013 begon Rob voor zichzelf om zijn, geheel door hemzelf uitgewerkte, manier van beleggen door te ontwikkelen tot de VOC strategie. Hierover schreef hij in 2015 het boek “Van Stuiver tot Miljardair” en heeft hij het kennisportaal www.vocbeleggen.nl opgericht. In 2017 is Rob gestart met het VOC Fonds. Zijn visie omtrent beleggen in combinatie met een hefboom is in de loop der jaren steeds verder verfijnd. Reageren op dit artikel? info@vocbeleggen.nl.

Geef een reactie