fbpx
Zoeken in de Aandeelhouder
NED25*
NLMID*
BE20*
NAS100*
US30*
USA500*
VIX*
EUR/USD*

Column

Rob Stuiver - woensdag, 5 februari 2020 11:08

4×4 deel III: Turbo’s

In deze serie van vier over hefboombeleggen bespreken we deze keer de Turbo. Ooit geïntroduceerd door ABN Amro en via RBS kwam de uitgifte van Turbo's in Nederland uit eindelijk terecht bij BNP Paribas. Andere banken geven vergelijkbare producten uit, zoals ING onder de noemer Sprinter. Turbo’s zijn een geliefd instrument van de doe-het-zelf belegger in Nederland. Bij veel online-brokers is er een oneindige keus in hefbomen en onderliggende waarden. Voornaamste kenmerk is de hefboom die kan lopen van rond de 2 tot ruim boven de 20.

Misschien verbaast het je dat een belegger die voor zijn VOC Fonds portefeuille pleit voor een maximale hefboom van circa 2 het nu opeens over hogere hefbomen heeft. Don’t worry, mijn mening is niet veranderd als het over mijn totale vermogen gaat. Immers, een hele hoge hefboom betekent zeer veel risico en ik wil zeker niet riskeren dat mijn kapitaal met factor 20 verminderd als ik scheef zit. Maar binnen mijn concept arsenaal van beleggingen gebruik ik voor een deel wel instrumenten met een hefboom van 3 of zelfs hoger. Dit doe ik dus maar voor een klein deel van het vermogen. Hoe ik daar mee omga is het onderwerp van deze vier blogs.

4 X 4
Grofweg onderscheid ik een 4-tal manieren om met een hefboom te beleggen. Een hefboom van 4 betekent dat je bovenop je eigen inleg er nog eens drie keer datzelfde bedrag bij leent. Op welke manier dan ook. In de praktijk betekent dit dat je bijvoorbeeld vier keer het rendement van de AEX index geniet. Beide kanten op. Minus de kosten van dat geleende geld natuurlijk. Er zijn grofweg 4 manieren om te komen tot een hefboom van 4:

A. Beleggen met margin (geld lenen bij bank/broker)
B. Leveraged ETF’s kopen
C. Turbo’s kopen
D. Callopties kopen

De komende weken deel ik mijn gedachten hierover, vandaag: de Turbo.

De Turbo
Een van de favoriete instrumenten van vele korte termijn- en hefboombeleggers zijn de turbo’s. Het zijn relatief makkelijk te begrijpen beleggingsinstrumenten en gezien het lineaire karakter eenvoudiger te doorgronden zijn dan het instrument opties (onderwerp van de laatste blog in deze serie). Bovendien kun je met Turbo's inspelen op stijging (Long) en daling (Short)

De turbo’s staan allemaal duidelijk geprijsd met een hefboom. Als ik een turbo selecteer met een hefboom van 4 betaal ik 1x mijn eigen inleg en leen ik dus 3x mijn inleg. Voor deze lening moet ik uiteraard rente betalen en die renteopslag ligt bij de turbo’s rond de 1,5% op jaarbasis (een opslag van 2% op de marktrente die op dit moment negatief is). Het heeft in dat opzicht dus verdacht veel weg van het lenen tegen aandelen. Maar er zijn twee belangrijke verschillen.


Duidelijk zichtbaar is de hefboom die bij een (forse) daling van de markt hard oploopt, doordat het 'gefinancierde deel'  gelijk blijft en het verlies ten laste van de eigen investering gaat. bron Stuiver Asset Management

Turbo’s en de margin
Het eerste verschil met het inlenen van aandelen is de marginverplichting. Dat is bij een Turbo namelijk niet aan de orde. De uitgever van de turbo is zo vriendelijk om zich niet druk te maken over mijn margin. Dus zelfs bij een daling van de koers, zolang mijn turbo niet wordt uitgestopt, blijft mijn positie intact. Je wordt zo nooit gedwongen om posities af te bouwen of margin bij te storten. Uiteraard neemt je hefboom bij een daling wel snel toe en voordat je het weet staat deze hefboom boven 10…

Turbo’s en de stoploss
Het tweede verschil is dat de turbo een stoploss ingebouwd heeft. Mocht de onderliggende waarde van mijn turbo blijven zakken dan komt de stoploss in beeld. Op het moment dat de turbo de stoploss aantikt wordt mijn positie direct afgewikkeld door de uitgevende instelling. Dit gebeurt ook als ik niet zit op te letten, alles verloopt volautomatisch. Hierdoor kan ik nooit in de problemen komen en ook nooit aangesproken worden om achteraf nog geld bij te storten. Dat risico ligt bij de uitgevende instelling. Let wel op dat de stop-loss op gezette tijden aangepast wordt, omhoog door kosten en omlaag door dividend.

Turbo’s en de hefboom
Een van de grootste verschillen met de twee andere besproken manieren (belenen en de leveraged ETF) is wel de dynamiek van de hefboom. Koop je een turbo met een hefboom 4 dan is deze hefboom eigenlijk alléén op het aankoopmoment 4. Zodra de onderliggende waarde gaat stijgen loopt je hefboom snel terug. Maar erger is dat de hefboom naar beneden steeds sneller zal oplopen. Een stabiele hefboom creëren via een turbo is daarom bijna niet te doen.

Turbo’s en de debetrente
Ondanks dat de renteopslag bescheiden lijkt met 2% moet ik deze rente wel over mijn 3x geleende deel afrekenen. Eenvoudig gezegd betaal ik dus 6% over mijn eigen inleg. Bij een (forse) daling kan de debetrente heel hard oplopen. Kijk maar eens rond op de ‘hefboom producten’ tab van de AEX Index op de site van IEX. Er staan turbo’s tussen met een hefboom van 100...dan kan de rentecomponent een forse impact hebben. De renteopslag wordt namelijk dagelijkse verrekend en levert een verslechtering op van de stop-loss met een daling van de prijs van de turbo tot gevolg. Een aspect om vooraf goed bij stil te staan.

Conclusie
Mijn conclusie is dat beleggen via turbo’s een zeer gebruiksvriendelijke manier is. Het zijn panklare beleggingsinstrumenten en er is genoeg aanbod van onderliggende waarden en bovendien keus tussen de uitgevers. Net als bij de leveraged ETF’s ontbreekt de marginverplichting maar de hefboom gaat daarentegen wél alle kanten op. De discipline ontbreekt waarschijnlijk bij de meeste beleggers om de turbo tijdig te vervangen, zodanig dat de hefboom rond een vooraf bepaald punt blijft ‘hangen’. Daarbij krijg je bij een daling van de markt direct te maken met fors hogere kosten. Vooralsnog prefereer ik de leveraged ETF.

Mijn onderzoek gaat verder, volgende keer bekijk ik de opties.

Deze blog dient slechts ter informatie en is niet bedoeld als advies en niet toegespitst op de persoonlijke situatie van individuen. Rob Stuiver is fundmanager van het RBA Fonds en het VOC Fonds. Participeren in het RBA Fonds is mogelijk via de website of via uw eigen broker (ABN AMRO & Binck Bank of informeer bij uw eigen broker). In het VOC Fonds participeren is mogelijk vanaf EUR 100.000. Rob schrijft deze blog op persoonlijke titel voor het kennisportaal op www.vocbeleggen.nl. De effectenposities die in deze blogs besproken worden zijn (bijna) altijd onderdeel van de beleggingsstrategie van zijn beleggingsfondsen, waardoor hij hier positie in heeft. De informatie in deze blog is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Uw reactie is welkom op info@vocbeleggen.nl.

De Aandeelhouder TV

april 2, 2020

Dollar komt onder druk te staan

april 2, 2020

Hoe slecht worden de banencijfers? | 2 april 2020 | Markets Update van BNP Paribas Markets

april 1, 2020

AEX 1 april 2020 – Nico Bakker – Daily Charts BNP Paribas Markets

april 1, 2020

Uitstel en afstel sleutelwoorden | 1 april 2020 | Markets Update van BNP Paribas Markets

Columns

Nieuw
02 apr 11:12 Redactie

Extra Lunch Webinar Nico Bakker: TA en turbulente markten

02 apr 10:22 Bas Heijink

Lager top lijkt te zijn gezet

01 apr 14:17 BNP Paribas Asset Management

Enige rust na de storm

31 mrt 09:55 Redactie

Herstel beweging nog niet ten einde?

30 mrt 11:37 Nico Bakker

AEX stopt zijn rebound